Het huwelijk eindigt, van wie zijn de klassieke hobby-auto’s …?

Zoals het in de meeste huwelijken gaat en hoort te gaan, hebben de echtelieden, naast de gezamenlijke activiteiten, ook hun eigen hobby’s en liefhebberijen. Wellicht wat cliché maar als het om klassieke auto’s gaat betreft het toch vaker de hobby van de man. Regelmatig stranden huwelijken voortijdig en dan komt de vraag over de verdeling op. Op enig moment komen de klassieke auto’s aan de orde,  veelal met een behoorlijke of zelfs aanzienlijke waarde.  Duidelijk is dat deze tot de vrijetijdsbesteding van de man behoren, doch soms wordt door de wederhelft aangevoerd dat de auto’s deel zijn van het gemeenschappelijk vermogen. En dus gewaardeerd en verdeeld moeten worden. Hoe denkt het hof hierover ? Een zaak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (zaaknummer  200.171.557/01) geeft het navolgende aan :

6.13

De grieven 6 t/m 8 van de vrouw en de eerste grief in incidenteel hoger beroep van de man richten zich tegen de beslissing van de rechtbank omtrent de klassieke auto’s.

6.14

Allereerst dient antwoord te worden gegeven op de vraag of bovengenoemde klassieke auto’s tot het te verrekenen vermogen behoren. De man stelt zich op het standpunt dat dit niet het geval is, terwijl de vrouw aangeeft dat dit wel het geval is.

Het hof is van oordeel dat bovenstaande vraag ontkennend dient te worden beantwoord. Ten eerste heeft de vrouw ter zitting desgevraagd verklaard dat de man via haar broer in Amerika auto’s heeft aangeschaft, waarvoor de man nimmer geld heeft betaald. De man verrichtte volgens haar (door haar niet gespecificeerde) diensten voor haar broer, waartegenover haar broer ervoor zorgde dat de man klassieke auto’s ontving. Het vorenstaande brengt met zich dat niet is komen vast te staan dat de klassieke auto’s zijn aangekocht met verrekenbaar inkomen en/of vermogen zoals de vrouw heeft betoogd.

Het hof gaat aan de stelling van de vrouw dat de man van de belastingteruggaven (en derhalve volgens haar met verrekenbaar inkomen en/of vermogen) onderdelen kocht, die hij vervolgens gebruikte voor het opknappen van de klassieke auto’s, voorbij, nu de vrouw deze stelling pas eerst ter zitting in hoger beroep heeft ingenomen, de man dit heeft ontkend en de vrouw deze stelling in het geheel niet heeft onderbouwd. Van enige belegging van verrekenbaar inkomen en/of vermogen in de klassieke auto’s is dan ook niet gebleken.

Ten tweede staat vast dat de man aan het begin van het huwelijk reeds een aantal klassieke auto’s bezat, nu dit vermeld is op de staat van aanbrengsten bij de huwelijkse voorwaarden. In de procedure is naar voren gekomen dat de man met deze auto’s hobbymatig handelde in die zin dat hij ze veelal opknapte, weer verkocht en van de opbrengst weer andere auto’s kocht. Een en ander rechtvaardigt de conclusie dat het, gelet op de aard en omvang van de verrekenplicht, niet redelijk of billijk is de op deze wijze verkregen auto’s tot het te verrekenen vermogen te rekenen. Derhalve komt naar het oordeel van het hof de verkoopopbrengst dan wel de waarde van de klassieke auto’s ook niet (geheel of ten dele) voor verrekening in aanmerking.

6.15

Het vorenstaande brengt met zich dat de grieven 6 t/m 8 van de vrouw falen en de eerste grief in incidenteel hoger beroep van de man slaagt.

* de BMW 3 serie, [00-YY-YY]

6.16

In haar negende grief stelt de vrouw zich op het standpunt dat de BMW is aangeschaft met gemeenschappelijke middelen en ook gemeenschappelijk in gebruik was, zodat de waarde ter hoogte van € 2.000,– verrekend dient te worden.

6.17

Het hof is van oordeel dat ook deze grief van de vrouw faalt. Ter zitting is komen vast te staan dat het kenteken van de BMW op 14 december 2013 op naam van de man is gesteld. Dat is na de door de rechtbank in dit verband gehanteerde peildatum van 10 juli 2013, waartegen in hoger beroep niet is opgekomen. Dat deze aankoop door de man uit te verrekenen middelen zou zijn verricht is niet onderbouwd en niet gebleken. Derhalve behoort de BMW niet tot het te verrekenen vermogen van partijen.

de overbedelingsvordering ter zake de auto’s en de boot

6.18

Op grond van het voorgaande dient de vrouw uit hoofde van overbedeling ter zake de te verrekenen auto’s en de boot een bedrag van € 4.000,– aan de man te voldoen.

Etc.

Toelichting Legion: het oordeel van het hof geeft aan: het juridisch eigendom, de kosten en het eventueel financieel gewin van de klassieke auto’s blijft bij de man indien en voor zover uit de feiten blijkt dat deze verworven zijn door de hobbymatige (niet bedrijfsmatige) inspanningen van de man, waaronder de hobbymatige inkoop-verkoop, reparaties, etc. en waarbij duidelijk is (niet aangetoond door de vrouw) dat hiervoor gelden uit de gemeenschappelijke boedel zijn gebruikt. 

Kort gesteld; een goedbedoelde hobby waar de man jarenlang actief in is en wat “bijklust” met enige bezittingen en verdiensten wordt in de regel niet alsnog onder het gemeenschappelijk vermogen geschoven, in welk geval de man alsnog 50 % daarvan dient af te dragen aan de vrouw.   

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *